Bert Anciaux

Portret Bert Anciaux

Bert Anciaux

In deze portrettenreeks vertellen medestanders van het eerste uur over hun ervaringen met het evenement. 

Wie bent u?  

“Ik ben Bert Anciaux, politicus voor de sp.a/Vooruit. Twee keer ben ik Vlaams minister van Cultuur geweest, van 1999 tot 2002 en opnieuw van 2004 tot 2009. Vandaag ben ik fractieleider van de sp.a/Vooruit in de Senaat. In 2014 heb ik een doctoraat in de Pedagogische Wetenschappen behaald aan de Vrije Universiteit Brussel en sindsdien deel ik mijn kennis en inzichten, onder meer aan de UGent en de Erasmushogeschool van Brussel, de stad waar ik woon. Ik ben getrouwd en heb vier kinderen.” 

Hoe was u betrokken bij de start van  Erfgoeddag in 2001?  

“Als minister van Cultuur vond ik het erg belangrijk om cultuur zo toegankelijk mogelijk te maken: alle drempels – en dus niet alleen de financiële – wou ik wegwerken. Anderzijds merkten we in 1999 dat het cultuurbeleid vooral aandacht had voor het sociaal-culturele en voor kunsten. Ten onrechte werd erfgoed erg stiefmoederlijk behandeld. Dat moest veranderen. Erfgoed was evenwaardig aan de andere twee grote onderdelen van het cultuurbeleid. Die twee uitdagingen hebben we opgenomen. Daartoe hebben mijn kabinet en ik – samen met de administratie en wat we vandaag ‘de bovenbouw’ noemen – nagedacht over hoe we zoveel mogelijk mensen warm konden maken voor die vele bronnen die over ons verleden getuigen, en ook iets zeggen over wie we vandaag zijn. Ik heb het natuurlijk over ons cultureel erfgoed. We stelden vast dat de collega’s van het onroerend erfgoed met de jaarlijkse Open Monumentendag, een Europees initiatief, een succesvolle formule hadden; die hebben we deels overgenomen. Er waren plannen voor een aparte Museum- en Archievendag. Ik heb die een zetje kunnen geven, en de twee zijn later versmolten tot een Erfgoedweekend, wat later de Erfgoeddag is geworden.”  

Waarom vond u het belangrijk om een dergelijk initiatief in het leven te roepen? 

“Om eens een mooi spreekwoord van stal te halen: de opvatting dat ‘goede wijn geen krans behoeft’ – met andere woorden, dat de dingen zichzelf ‘verkopen’ – is verkeerd. Ons erfgoed, zorgzaam en zorgvuldig bewaard in onze musea, archieven, erfgoedbibliotheken, door verzamelaars en al die mensen die allerlei vaardigheden in de vingers, het hart en het hoofd  hebben – het zogenaamde ‘immaterieel erfgoed’ dus – verdient het om elk jaar zo’n enorme schijnwerper op zich te krijgen. Het is een kwestie, ook, om de Vlaming te tonen waar een deeltje van zijn of haar belastinggeld naartoe gaat. En, vooral, om mensen bij elkaar te brengen. Erfgoed verbindt, zorgt voor een perspectief, een venster op het verleden. De recente Black Lives Matter-beweging en het in vraag stellen van straatnamen en standbeelden duidt er overigens op dat erfgoed niet per se iets nostalgisch is, wel integendeel. Ook beladen thema’s komen ruim aan bod in deze sector. Ik ben ook verheugd dat zoveel erfgoedinstellingen expliciet de hand uitsteken naar de brede samenleving, ook naar groepen die traditioneel niet of minder goed bereikt worden.” 

Waarom vond u het belangrijk om van bij het prille begin te participeren? 

“Ik was ervan overtuigd dat de synergie van de verschillende deelsectoren binnen de cultureel-erfgoedsector resultaten zou opleveren. En kijk, ik denk dat de cijfers – van deelnemende steden en gemeenten, het aantal activiteiten ook, de bezoekers – overduidelijk aantonen dat we gelijk hadden.” 

Hoe zag u het initiatief evolueren? 

“Als een olievlek, in zekere zin. Aanvankelijk was het beperkt tot de kernactoren, maar de liefde voor het erfgoed werkte duidelijk aanstekelijk. Ik zag dat er uitgesproken maatschappelijke thema’s op de agenda kwamen: zorg, armoede, migratie … maar ook allerlei back-officezaken, zoals behoud en beheer, preventieve conservatie, restauratie … al die zaken die quasi onzichtbaar voor het publiek gebeuren. Ook dát is Erfgoeddag: het publiek, de media en ook ons, beleidsmakers, erop wijzen dat al die historische pracht en praal – en ik bedoel dat in de overdrachtelijke zin – niet zomaar vanzelf wordt bewaard, maar dat je niet alleen middelen nodig hebt, maar ook mensen met knowhow, visie en goesting. Ik stel vast dat de erfgoedsector bulkt van de toegewijde, gedreven mensen, professionelen en vrijwilligers die schouder aan schouder hun heilig vuur uitdragen.” 

Wat is uw favoriete herinnering aan  Erfgoeddag? 

“Ik heb honderden herinneringen aan de periode 1999-2009. Vele spelen zich ook af binnen het erfgoeddomein. Of het allemaal rechtstreeks gelinkt is aan de Erfgoeddag weet ik niet steeds meer. Maar mijn warme bezoeken en urenlange zoektochten in de musea in Gent, Brugge en Antwerpen, de ontdekkingstocht in de kelders van onze erfgoedpaleizen, de lange tochten in de archieven van steden en organisaties, de bezoeken aan binnen- en buitenlandse tentoonstellingen, de zoektocht naar schatten op Tefaf Maastricht, de ontdekking van de hemel in de bibliotheek van Salamanca, de prachtige verhalen in het Huis van Alijn, de verrassende nieuwsjes bij de Familiekringen (ja, ’t zit in de familie), de plaatselijke Heemkundige kring van Laken en Neder-Over-Heembeek, de verrassende link tussen smaak en erfgoed, het ‘gevaar’ dat steeds opnieuw opduikt in ons verleden, de voortdurende ‘reizen’ die we maken … het zijn en blijven erg mooie herinneringen. Erfgoeddag heeft die verhalen uit het verleden steeds opnieuw geactualiseerd en verder verteld. Niet enkel als een deel van onze geschiedenis, maar vooral als deel van onze toekomst.” 

Erfgoeddag bestaat 20 jaar.  Wat  is volgens u de impact van het initiatief op het cultureel-erfgoedveld?  

“In de jongste update van het Cultureelerfgoeddecreet (2018) is ‘participatie’ opgenomen als een belangrijke, nieuwe functie. Ik denk dat dat een rechtstreeks gevolg is van een evenement als Erfgoeddag, wat – toch zeker op dat vlak – een pioniersrol heeft gespeelt. En moet blijven spelen!” 

Wil u graag nog een laatste tip meegeven aan de coördinatoren? 

“Aan de coördinatoren: de samenleving verandert, probeer goed te observeren wat er speelt, bij andere evenementen, in andere sectoren. Blijf zoeken naar spannende formats, communicatie én inhoud, en werk onverdroten aan het naar buiten brengen van die waardevolle inhoud. Aan mijn collega-beleidsmakers: het evenement blijft zeer de moeite waard. Het zou, naar mijn bescheiden mening, niet slecht zijn indien de huidige minister van Cultuur zou overwegen om een herfinanciering van het evenement te voorzien. Dat zit nu in de financiering van het steunpunt FARO. Toen ik minister van Cultuur was, besteedde ik elk jaar 250.000 euro aan dit evenement. Door de besparingen van mijn opvolgers, en recent ook in 2020, lijkt me de investering in Erfgoeddag tot een minimum beperkt. En dat kan toch niet de bedoeling zijn?”