Frank Herman

Portret Frank Herman (c) Irene Schaudies

Frank Herman

In deze portrettenreeks vertellen medestanders van het eerste uur over hun ervaringen met het evenement. 

Wie bent u? 

“Ik ben Frank Herman, cultuuromnivoor, met een voorliefde voor museaal erfgoed, archeologie, hedendaagse kunst, film, muziek en dans, in willekeurige volgorde. Van 2000 tot 2007 was ik coördinator van de voormalige erfgoedcel Antwerpen. Sinds 2019 werk ik als Hoofd Creative Europe Desk – Flanders bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid, waar ik het audiovisuele MEDIA-programma promoot. Maar hier spreek ik in eigen naam.” 

Hoe was u betrokken bij de start van Erfgoeddag in 2001? 

“In 2000 werden de eerste drie stedelijke erfgoedcellen opgericht: Antwerpen, Brugge en Gent; de eerste erfgoedconvenants in de nog steeds aangroeiende reeks. Vlaanderen wou een nieuw erfgoedbeleid uittekenen. Anno 2000 waren de drie piepjonge erfgoedcellen en hun kersverse coördinatoren zeker bereid die nieuwe kijk en transformatie mee vorm te geven. Toen voelde de term ‘erfgoed’ als zeer oubollig aan. Met een sense of urgency schoten de coördinatoren van de drie in actie om ‘erfgoed’ actueel en sexy te maken. Het gevoel van pionierswerk was nooit veraf. Met heel veel afstemming tussen de erfgoedcellen en de voorganger van FARO, Culturele Biografie Vlaanderen, zetten we de allereerste Erfgoeddag op de sporen. In Antwerpen namen Vera De Boeck en ikzelf het voortouw om een uitdagend en toch evenwichtig programma samen te stellen. Met elan en zin voor esthetiek stelde Vera toen ook de eerste Antwerpse Erfgoeddag-publicatie samen, die model stond voor latere versies.” 

Waarom vond u het belangrijk om een dergelijk initiatief in het leven te roepen? 

“’De erfgoedsector opentrekken én verbinden, dankzij het experiment om te vernieuwen’ was toen de kerngedachte. Met als allereerste uitdaging: museale ‘objecten’ en archivalische ‘verhalen’ met elkaar verbinden. De jaarlijkse ‘Museumdag’ en ‘Archievendag’ werden een gezamenlijke ‘Erfgoeddag’. We vonden het met zijn allen best uitdagend om die twee aparte werelden van de musea en de archieven samen te laten werken en aan elkaar te koppelen. En tevens het publiek te laten ervaren hoe natuurlijk die onderlinge erfgoedband wel was. Het was voor mij alvast de eerste stap om ook de mensen als fundamenteel volwaardige derde pool in de dynamiek van erfgoedomgang te introduceren.”  

“Het (erfgoed)publiek was cruciaal: we wilden de mensen meekrijgen in het grotere erfgoedverhaal, om zo het toch wel zeer vernieuwend erfgoedbeleid op Vlaams, regionaal en stedelijk/gemeentelijk niveau samen uit te tekenen en te realiseren. Het idee van erfgoedconvenants in heel Vlaanderen was, en is, volgens mij nog steeds ronduit revolutionair én inspirerend: visionair en toch bedachtzaam in het verbinden, zowel inhoudelijk als organisatorisch, van de vele segmenten binnen de erfgoedwereld om deze als één geheel te bestempelen en te benaderen.” 

Waarom vond u het belangrijk om van bij het prille begin te participeren? 

“Op stedelijk niveau was het baanbrekend. Specifiek in Antwerpen kwam het cultureel erfgoed in de districten voor het eerst ook in de spotlights. Erfgoeddag is jaar na jaar een katalysator gebleken in het ontdekken van erfgoed in de districten. Dit event was jaarlijks de aanleiding om er tentoonstellingen en activiteiten te ontwikkelen met organisaties in het veld. Het is nog steeds een uitnodiging aan alle Antwerpenaren om hun hele stad te ontdekken en te omarmen. Maar het was bovenal ook een landelijk initiatief, met achter de schermen een brede kijk op en voeling met wat er internationaal gebeurde.” 

Hoe zag u het initiatief evolueren?  

“In de beginjaren werd een vernieuwende visie ontwikkeld, op het scherpst van de snee. Het accent lag op deelnemen en op het omgaan met erfgoed. We trokken de stad in en maakten connecties met de omgeving. We betrokken de burger actief bij zowel het erfgoed als bij de culturele instellingen. Verwondering, experiment, durf: dat waren de kernwoorden. Het uit de vorige eeuw stammende idee om de enigszins verwaarloosde stadsmusea te transformeren in nieuwe, massieve erfgoedmusea kwam uiteindelijk jaren later toch bovendrijven. Met als gevolg dat de dynamiek veranderde, zowel in het veld als tussen de erfgoedcellen, waar nu ook regionale convenants toebehoorden. Dit leidde toch tot diep verschillende visies en tot een vertraging. De uitrol van erfgoedconvenants over heel Vlaanderen werd zelfs in vraag gesteld.  

In het voorbije decennium voegde Erfgoeddag, bovenop de open geest van ontdekking, meer bedachtzame dimensies van zorg en borgen toe. Het initiatief is, wellicht met de leeftijd, wat institutioneler geworden. Twintig jaar oud betekent wel iets. Is Erfgoeddag zelf een erfgoedonderwerp geworden? In ieder geval is het begrip ‘erfgoed’ volledig ingeburgerd, gaande van culinair, voetbal- tot tv-erfgoed. Begrijpen waarover het gaat is een zaak, maar actieve participatie van de burger in alle diversiteit blijft een gigantische uitdaging. Niet alle wortels zijn in Vlaamse bodem gegroeid. Een frisse, open kijk op het erfgoed van ‘hier’ is welkom. Maar mag het meer zijn? Erfgoed kent geen grenzen in wat het is, hoe men ermee omgaat en wie ermee omgaat. En wat Erfgoeddag betreft? Tijd om opnieuw eens de vensters open te gooien en opnieuw out of the box te denken. En o.a. eindelijk het internationaal gehanteerde begrip van ‘cultureel erfgoed‘ te omarmen.
‘Onroerend erfgoed’ en ‘roerend (im)materieel erfgoed’ vormen immers samen ‘cultureel erfgoed’.” 

Wat is uw favoriete herinnering aan Erfgoeddag? 

“De ontdekking van het naoorlogse modernistisch erfgoed van de Kunstwerkstede De Coene in de vroegere gemeentehuizen, vandaag de districtshuizen, van Merksem en Deurne. De tentoonstelling Van Moderne Makelij 1952-177. De Kortrijkse Kunstwerkstede De Coene in Antwerpen opgezet naar aanleiding van Erfgoeddag 2002 was een ware vuurdoop, maar tevens zo uitdagend. De impact van de aandacht voor dit erfgoed in deze twee districtshuizen is achteraf enorm gebleken. Die tentoonstelling blijft baanbrekend. In de eerste plaats groeide de trots bij de Merksemse en Deurnse inwoners op hun districtshuis exponentieel. Evenzo de zorg voor hun modernistisch erfgoed. De tentoonstelling opende immers de ogen van velen voor meer recent erfgoed. Inwoners van het historisch centrum raakten geïnteresseerd in de districten. Lokaal erfgoed werd onverwacht stedelijk, landelijk, tot internationaal van karakter. Lokale erfgoedwerking van twee erfgoedcellen – Kortrijk en Antwerpen – werd een samenwerking op landelijk niveau. Et pour la petite histoire: jaren later kwam Sharon Stone in het herontdekte interieur in het Districtshuis van Merksem de film Largo Finch II draaien. Intussen is het een geliefde set voor langspeelfilms en tv-series als Over Water en Undercover. En er werd naast het Districtshuis van Merksem een beeldhouwwerk opgericht in de vorm van een open deur versierd met grote ‘diamantkoppen’, dat expliciet refereert aan het De Coene interieur.”  

“Even belangrijk was de erkenning door de erfgoed-, de architectuur- en designwereld en de nationale pers van de Kortrijkse Kunstwerkstede Gebr. De Coene. Niet louter als een art-decomeubelmakersbedrijf uit het interbellum, maar als een van de belangrijkste motors van het naoorlogse modernisme in ons land. Het werd een verrassende omslag van ‘decorateur’ naar een ‘internationaal bedrijf in modernisme van meubels tot architectuur’. Voor wie er ooit aan mocht twijfelen: het is geen toeval dat de Biënnale Interieur, de belangrijkste woon- en designbeurs in de Lage Landen, voor het eerst in 1968 in Kortrijk het licht zag. Met verschillende daaropvolgende tentoonstellingen over De Coene culmineerde de samenwerking tussen de erfgoedcellen van Antwerpen en Kortrijk in de tentoonstelling Kortrijkse kunstwerkstede Gebroeders De Coene (Kortrijk, 2006), nog steeds het ijkpunt voor wat het erfgoed van dit bedrijf betreft.  

Erfgoeddag bestaat 20 jaar. Wat is volgens u de impact van het initiatief op het cultureel-erfgoedveld?  

“Het jaarlijkse event is en blijft een motor en een uithangbord om erfgoed niet louter objectmatig te bekijken of te bestuderen. Maar wel integendeel: het is jaar na jaar een uitnodiging om op verkenning te gaan naar nieuwe verhalen, om erfgoed te beleven en door deel te nemen, zelfs samen het erfgoed levend te maken. Dat lijkt me nog steeds de grote omslag: van erfgoed als object naar erfgoed als iets levends, een relatie die mensen ermee onderhouden en uitbouwen. Erfgoeddag is ook voor vele erfgoedorganisaties en -instellingen een grote uitnodiging om over het muurtje te kijken, open te staan voor samenwerking, nieuwe expertises te verwerven, zich beter te positioneren.” 

Foto: Frank Herman (c) Irene Schaudies