Roel Daenen

Portret Roel Daenen (c) Wim Carens

Roel Daenen

In deze portrettenreeks vertellen medestanders van het eerste uur over hun ervaringen met het evenement. 

Wie bent u?   

“Ik ben Roel Daenen, historicus (RU Gent en Universidade nova de Lisboa) en hoofdredacteur van faro, het onvolprezen tijdschrift van FARO. Bij het steunpunt is mijn volledige jobtitel Manager communicatie, pers & partnerships, een mondvol. Voorheen werkte ik achtereenvolgens bij het Symfonieorkest Vlaanderen, BOZAR – een dolle tijd – en Het Firmament, waar ik de eerste fase van het onderzoek naar de nood, behoefte en wenselijkheid van een (t)Huis voor het figurentheater heb verricht. Na mijn ervaring met de wondere figurentheatererfgoedgemeenschap kon ik aan de slag bij beide voorgangers van FARO, het Vlaams Centrum voor Volkscultuur (waar ik me met de grand opening van de eerste editie van de Week van de Smaak mocht bezighouden, een Avontuur in elke zin van het woord!) en daarna Culturele Biografie Vlaanderen. Tussen 2007 en 2012 heb ik de Erfgoeddag gecoördineerd met tot 2009, als ik het goed heb, mijn dierbare collega Lieve De Saedeleer aan mijn zijde.” 

Hoe was u betrokken bij de start van  Erfgoeddag in 2001?  

“Niet. Mijn ‘eerste keer’ was in 2004, als organisator, met ’t Zit in de familie. Als audience developer bij het Paleis voor Schone Kunsten had ik de opdracht om – met geen middelen, dat moet gezegd – onze instelling (die trouwens velen verkeerdelijk voor een museum aanzien) zo veel én zo aantrekkelijk mogelijk voor het voetlicht te brengen. In samenwerking met de toenmalige archivaris van het koninklijk paleis, de eminente Gustaaf Janssens, heb ik toen een tentoonstelling georganiseerd met de aquarellen en schetsen van prins Karel. Die kleine maar fijne expo vond plaats in het uiterst zelden publiek toegankelijke Koninklijk Salon. Ik was toen vooral bezig met de promotie van het muziekaanbod van BOZAR en had welgeteld nul tentoonstellingservaring. Met meer geluk dan wijsheid hebben we toen die tentoonstelling op poten gezet. En met veel publieke belangstelling, tot mijn grote opluchting.” 

Waarom vond u het belangrijk om van bij het prille begin te participeren? 

“Omdat ik merkte dat we met Erfgoeddag een ander publiek konden aantrekken. Anders dan het klassieke profiel van de concertganger en tentoonstellingsbezoeker dat we tot dan bereikten. Het ‘democratische’, laagdrempelige en participatieve karakter van het evenement spraken me ook heel erg aan. En tegelijk moest de lat ook hoog liggen, op inhoudelijk vlak. Als organisator kreeg je ook een professioneel uitgerolde barnumcampagne om het enorme aanbod in Vlaanderen en Brussel onder de aandacht te brengen. Echt indrukwekkend vond ik dat.”  

Hoe zag u het initiatief evolueren? 

“De besparingsdrift in de cultuursector heeft een en ander op scherp gezet. Er was om te beginnen de beslissing om Erfgoeddag niet meer als project te subsidiëren, maar als vast onderdeel van de werking van FARO. De middelen kwamen echter niet mee, wat de facto een besparing van 250.000 euro betekende. De volgende besparingsgolven hebben zich ook doen voelen. Hoe gaan we in de toekomst verder?” 

Wat is uw favoriete herinnering aan  Erfgoeddag? 

“Oh, ik heb echt heel veel herinneringen aan Erfgoeddag. ’t Is dus moeilijk kiezen. In 2011 kreeg ik de eerste Geschiedenisprijs, voor mijn werk met Erfgoeddag. Die prijs ‘gaat naar de persoon die zich het afgelopen jaar het meest verdienstelijk heeft gemaakt voor de popularisering van geschiedenis.’ Het oordeel van de (zwaarwichtige) jury luidde destijds als volgt: ‘De bescheiden coördinator en communicator van een van de grootste historische evenementen in Vlaanderen komt te weinig in beeld, maar verdient dat wel.’ Haha, het feit dat ik net déze herinnering noem spreekt die bescheidenheid tegen, niet?” 

Erfgoeddag bestaat 20 jaar.  Wat  is volgens u de impact van het initiatief op het cultureel-erfgoedveld?  

“Het evenement heeft ontegensprekelijk veel dynamiek gebracht. Het was en is een mooi canvas waarop de erfgoedcellen hun werking konden ontplooien, en tal van andere actoren groot en klein zich konden tonen en opbloeien. Elk van de 20 thema’s was en is een uitnodiging om op een verrassende manier voor de dag te komen en de collecties of werking met nieuwe ogen te bekijken. Ik hoop dat die avontuurlijke weg een blijvend effect heeft op alle deelnemers; in die zin dat men beseft dat goeie communicatie in de cultuursector echt van strategisch belang is. En dat alles begint met een interessant, goed aan de man gebracht aanbod.” 

Foto: Roel Daenen (c) Wim Carens