Vera De Boeck

Portret Vera De Boeck (c) Frederik Beyens

Vera De Boeck

In deze portrettenreeks vertellen medestanders van het eerste uur over hun ervaringen met het evenement. 

Wie bent u?  

“Mijn naam is Vera De Boeck, momenteel curator/conservator bij het MAS in Antwerpen. Gedurende tien jaar coördineerde en organiseerde ik Erfgoeddag in Antwerpen.” 

Hoe was u betrokken bij de start van  Erfgoeddag in 2001?   

“Samen met onze collega-zustersteden Gent en Brugge, waar toen ook de eerste erfgoedcellen opgericht waren, hebben wij vanuit Antwerpen de eerste editie van Erfgoeddag op poten gezet. Dat was toen nog een Erfgoedweekend. Op zaterdag werden de archieven voor het voetlicht gehaald, op zondag was het aan de musea. Ik behoor dus samen met mijn Antwerpse, Gentse en Brugse collega’s, en dit zeg ik niet zonder trots, tot de ‘founding fathers’." :)

Waarom vond u het belangrijk om een dergelijk initiatief in het leven te roepen? 

“Als experimentele erfgoedcellen hadden wij de opdracht om voor erfgoed, toen een ‘nieuwe’ term, of toch eentje die nauwelijks gebruikt werd, een zo groot mogelijk draagvlak te creëren bij een zo groot mogelijk publiek. Om zowel de term ‘erfgoed’ als het erfgoed zelf bekend te maken, leek een formule à la Open Monumentendag ons geknipt. En zo geschiedde …” 

Waarom vond u het belangrijk om van bij het prille begin te participeren?  

“Vanuit de Erfgoedcel Antwerpen hadden we zoveel mogelijk erfgoedspelers aangespoord om deel te nemen. Zelf vond ik het altijd fantastisch dat in de deelnemerslijst, alfabetisch gerangschikt, het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten naast de Koninklijke Kring voor Heemkunde van Merksem kwam te staan. Dat zegt alles waar Erfgoeddag voor staat. Zowel het ‘grote’ erfgoed als het ‘kleine’ erfgoed moet gevaloriseerd worden. Nu is dit heel gewoon, maar toen was het écht iets nieuws onder de zon. Aanvankelijk was er zelfs weerstand uit de museumsector om deel uit te maken van die hele grote erfgoedfamilie, en bijvoorbeeld geen aparte dag meer te hebben.” 

Hoe zag u het initiatief evolueren?  

“Het is geëvolueerd tot een algemeen aanvaard publieksmoment voor erfgoed. Vandaag wordt het als de evidentie zelve ervaren dat erfgoed veel meer is dan musea en archieven, waarbij vlot de samenwerking gezocht wordt met allerhande maatschappelijke sectoren. Het draagvlak dat we initieel wilden creëren is gerealiseerd. Maar Erfgoeddag heeft ook binnen de erfgoedsector voor een mentale verschuiving gezorgd: de verschillende erfgoedsectoren zien elkaar nu meer als collega’s waarvan je veel kan leren en met wie je kan samenwerken. Wij hadden in Antwerpen de gewoonte om alle erfgoedspelers bij elkaar te brengen om over het Erfgoeddag-thema te brainstormen, wat later door de landelijke coördinatie is overgenomen. Die brainstorm gaf altijd mooie, inhoudelijk interessante ontmoetingen. Erfgoedspelers kennen nu elkaar en elkaars collectie.” 

Wat is uw favoriete herinnering aan  Erfgoeddag? 

“Ik heb er veel, zoals aan onze brainstormmomenten met verschillende erfgoedspelers. Maar ook de initiatieven van de erfgoedcel, om aandacht te vragen voor Erfgoeddag, scoren hoog. Ik denk dan aan de oproep in 2003, binnen het thema Op reis, om postkaarten binnen te brengen. We hebben daar toen de volledige Meir mee volgehangen. Of aan de Rubensreünie tijdens de editie van ‘t Zit in de familie in 2004. Onze actie in de Antwerpse rust- en verzorgingstehuizen, waar we familierecepten vroegen aan de bezoekers om die dan op Erfgoeddag klaar te maken, is nog zo’n favoriet, net als de mooie brochure ‘Hebben & houden. Tips om je erfgoed gezond te houden. Met extra goede raad van Tante Kaat’ uit 2005.” 

Erfgoeddag bestaat 20 jaar.  Wat  is volgens u de impact van het initiatief op het cultureel-erfgoedveld?  

“Door Erfgoeddag wordt er naar de verschillende deelsectoren van erfgoed gekeken als naar een huis met vele kamers, die nu ook gelijkwaardig zijn aan elkaar. Bij wijze van boutade omschreef ik de erfgoedcellen graag als de gang van dat huis.” 

Foto: Vera De Boeck (c) Frederik Beyens