Afbeelding
Rogier van der Weyden, miniatuur, frontispice uit de Chroniques de Hainaut, 1447. Collectie KBR, publiek domein via Wikimedia Commons. Het Bourgondische hof stond bekend als een politiek wespennest. Misschien was Filips hofnar wel de enige die de hypocrisie aan het hof kon én mocht doorprikken. Filips de Goede ontvangt de kronieken van Henegouwen, aangeboden door Jean Waquelin.

De moedige hofnar

Deze tekst werd geschreven door Bert Verwerft, erfgoeddeskundige - archivaris van de gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht, naar aanleiding van Erfgoeddag 2026. We danken hem hartelijk voor deze rijke, interessante bijdrage!

Wanneer we vandaag aan een nar denken, verschijnt bij velen spontaan het beeld van een groteske figuur: een kleurrijk uitgedoste dwaas met een belletjesmuts, een grijnzende glimlach, een narrenstok en een onhandig loopje.

Dat beeld danken we in grote mate aan kunsthistorische en literaire tradities, die de nar al eeuwenlang voorstellen als een karikatuur van zichzelf. In schilderijen en miniaturen is hij vaak een kleurrijk buitenbeentje, een visuele tegenpool van de deftige hovelingen. In teksten treedt hij op als een zonderling, behept met fysieke gebreken of mentale beperkingen, die zijn eigen tekortkomingen inzet om spot te drijven, vooral met zichzelf.

Ook voor de Late Middeleeuwen lijkt dit clichébeeld grotendeels overeind te blijven. Vlaanderen maakte in deze periode deel uit van het uitgestrekte rijk van de Bourgondische hertogen. Dankzij de immense rijkdom van steden als Brugge, Gent en Brussel kon het Bourgondische hof een ongeziene pracht en praal ontwikkelen. De hertogen van Bourgondië waren ware meesters van de hofcultuur avant la lettre: via banketten, optochten, ceremonies en een uitgekiende presentatie etaleerden zij hun macht en welvaart. In die zorgvuldig georkestreerde wereld hoorde ook de hofnar thuis. Hij kleurde de feesten en ontvangsten van de reizende hofhouding met zijn fratsen, grapjes en curiositeiten.

Zot!

Het beeld van de 'dwaze nar' of 'zot' lijkt hier perfect in te passen. Zo leren archivalische rekeningen ons dat aan het hof van Filips de Goede een nar actief was die blijkbaar als ‘zot’ werd beschouwd. Zijn naam? Coquinet! Dat hij een verstandelijke beperking had, mogen we afleiden uit het feit dat een aparte toezichthouder (‘le maître et gouverneur de Coquinet, fou du duc’) werd betaald om over hem te waken. Andere documenten vermelden zelfs vergoedingen voor medische zorgen na agressieve incidenten. Het hof beperkte zich er dus niet toe deze figuren louter te dulden of te faciliteren, maar nam ook daadwerkelijk zorg op voor hun welzijn.

Afbeelding
Detail uit: anonieme meester, Jardin d'amour à la cour de Philippe le Bon. Collectie Château de Versailles, publiek domein via Wikimedia Commons

Ook in de beeldende kunst lijkt dit type van ‘dwaze nar’ zeer herkenbaar. Mogelijk herkennen we Coquinet in het beroemde 16e-eeuwse schilderij De Liefdestuin aan het hof van Filips de Goede, vandaag bewaard in het Musée de Versailles. In de rechterhoek van deze idyllische hofscène staat een zonderlinge figuur afgebeeld, duidelijk verschillend van de elegante dames en heren rondom hem. Met zijn stok, zijn onhandige houding en zijn ietwat primitieve uitstraling lijkt hij letterlijk en figuurlijk buiten de orde te vallen.

Veel wijst erop dat we hier te maken hebben met een ‘echte zot’, een dwaze nar zoals men die zich toen voorstelde. Dat beeld werd later nog versterkt in de Recueil d’Arras, een 16e-eeuws verzamelhandschrift met portretten van bekende figuren, vermoedelijk samengesteld door Jacques Le Boucq, wapenkoning van de Nederlanden. Ook daar verschijnt dezelfde nar opnieuw met zijn uitpuilende ogen, dikke lippen en een lomp voorkomen. Steeds opnieuw krijgen we zo hetzelfde type voorgeschoteld: de nar als dom, boers, onbesuisd, enggeestig en weinig verfijnd.

Afbeelding
De portrettenverzameling van de Receuil d’Arras met de dwaze ‘zot’ van hertog Filips de Goede. Collectie Bibliothèque Municipale d’Arras. Publiek domein via Wikimedia Commons

Maar rijmt dit beeld wel met de historische werkelijkheid?

Wie dieper graaft in de Bourgondische bronnen, ontdekt namelijk een heel ander type van hofnar. Naast en soms achter de dwaze façade verschijnt een figuur met een veel complexere rol: de zogenoemde wijze nar, of ‘fou sage’. In tegenstelling tot de ‘fou naturel’, die een mentale beperking had en juist daarom als vermakelijk werd gezien, vervulden deze wijze narren een fundamenteel andere functie. Zij kregen in de publieke beeldvorming tot nu toe veel minder aandacht, maar traden op als wat de Franse filosoof Michel Foucault later “waarheidssprekers” zou noemen: mensen die, verscholen achter het masker van zotheid, durfden te zeggen wat anderen liever verzwegen. Ze genoten vaak een bijzondere vertrouwensband met hun broodheer en fungeerden niet zelden als raadgever of moreel kompas. En soms gingen ze zelfs verder dan woorden alleen. Er zijn aanwijzingen dat narren deelnamen aan gevechten, diplomatieke missies of risicovolle ondernemingen: taken die moed, loyaliteit en doorzettingsvermogen vereisten.

Open configuratie-instellingen

Geen woorden maar daden

Een treffend voorbeeld van zo’n moedige hofnar is Jean Volte, beter bekend als ‘le sire des Plateaulx’. Vermoedelijk afkomstig uit Henegouwen trad hij vanaf 1426 in dienst van Filips de Goede, hertog van Bourgondië. Dat moment is allesbehalve toevallig: net in die periode kwam het graafschap Henegouwen stevig in Bourgondisch vaarwater terecht. Plateaulx bewoog zich dus vanaf het begin in het hart van de nieuwe Bourgondische Nederlanden.

Dat hij zijn rol als grappenmaker en satiricus met verve vervulde, blijkt uit de royale beloning die hij in 1430 ontving voor zijn vermakelijke optredens voor de hertog ("asbatements devant luy"). De vergoeding van 11 pond en 8 schellingen stond gelijk aan zowat twintig daglonen van een geschoolde ambachtsman. Filips de Goede wist zijn kwaliteiten dus duidelijk te appreciëren.

Maar Jean des Plateaulx was meer dan alleen een potsenmaker. De hertog beschouwde hem als een volwaardig lid van zijn hofhouding. In 1433 duikt hij op als staflid van de hertogelijke stallen, met recht op een eigen knaap en twee paarden, volledig onderhouden op kosten van de hertog. Die vrijgevigheid bleef niet zonder vervolg: in 1458 was zijn entourage uitgebreid tot twee knapen en vier paarden. Veelzeggend is ook zijn aanspreektitel. Plateaulx werd aangeduid als ‘messire’ of ‘sire’, een eer die normaal enkel voorbehouden was aan ridders of hooggeplaatste clerici. Dat alleen al zegt veel over zijn status aan het hof.

Waar had hij die uitzonderlijke positie nu aan te danken? Aan zijn onversneden eerlijkheid en zijn vermogen om kritiek te verpakken in humor, zo lijkt het. Niemand minder dan de beroemde kroniekschrijver Enguerrand de Monstrelet omschreef hem als ‘ung sot saige’: een wijze zot. Ondanks – of misschien dankzij – zijn ‘zotheid’ was hij volgens Monstrelet ook ‘un rade et vigoureux homme d’armes’: een energieke en moedige krijgsman.

Plateaulx belichaamde daarmee een cruciale hofrol. Hij gebruikte humor als instrument om ongemakkelijke waarheden te benoemen: over oorlog, politiek falen of menselijke ijdelheid. Dankzij het zogenaamde ‘narrenprivilege’ kon hij zeggen wat anderen niet durfden. Narren fungeerden als eerlijke bemiddelaars, spiegels van de macht, vrij van het verstikkende hofceremonieel.

Maar die scherpte bleef niet beperkt tot woorden alleen. Jean des Plateaulx trok ook letterlijk ten strijde. Regelmatig hulde hij zich in harnas om Filips de Goede te vergezellen op veldtocht, en aan militaire campagnes was er in de context van de Honderdjarige Oorlog geen gebrek. Zo was hij aanwezig bij de belegeringen van Beaumont-en-Argonne (1428) en Compiègne (1430). Bij dat laatste beleg was hij wellicht zelfs ooggetuige van de gevangenneming van Jeanne d’Arc door Bourgondische troepen. Als beloning kreeg hij een schimmelpaard.

In de jaren daarop nam hij deel aan een schermutseling in Luik (1431) en verscheen hij gewapend bij het beleg van Avalon in Bourgondië (1433). Zijn meest opmerkelijke wapenfeit vond echter plaats in 1436, tijdens de aanval van Filips de Goede op de Engelse havenstad Calais. Zeker van zijn zaak waagde de hertog het toen om, nauwelijks beschermd en ongepantserd, te gaan jagen in de duinen in het gezelschap van enkele edelen en zijn hofnar. Het was Plateaulx die als eerste een Engelse voorhoede opmerkte. Hij waarschuwde zijn meester net op tijd, maar werd zelf gevangengenomen. Dat had fataal kunnen aflopen, ware het niet dat hij korte tijd later werd vrijgekocht voor het enorme bedrag van 512 pond.

Jean des Plateaulx was geen alleenstaand geval. Bourgondische rekeningen en kronieken vermelden meer narren die hun rol ver voorbij het komische uitbreidden. Zo vocht Andrieu de la Plume, de persoonlijke nar van kroonprins Karel de Stoute, in 1452 zij aan zij met de beroemde ridder Jacques de Lalaing tijdens gevechten tegen de Gentenaars bij Lokeren. En ook Plateaux was weer present: hij hielp mee diezelfde opstandelingen te verjagen uit Hulst. En ten slotte was er ook nog ‘messire Lucquet, fou du duc’. Hij werd in 1460 naar Portugal gestuurd op een diplomatieke missie en vergezelde enkele jaren later Antoon, bastaardzoon van Filips de Goede, op diens mislukte kruistocht richting Constantinopel (1464).

Eerherstel

Al deze voorbeelden maken één ding duidelijk: de hofnar verdient meer sérieux dan hij doorgaans krijgt. Net zoals aan het Engelse hof, waar Will Sommers uitgroeide tot een invloedrijke vertrouweling van Hendrik VIII, was ook aan het Bourgondische hof de nar een essentieel radertje in het politieke en sociale ecosysteem. Hij sprak waarheden, gaf raad, doorprikte intriges en durfde handelen waar anderen zwegen.

Misschien ligt daar wel de meest actuele les van dit Bourgondische verleden. Een goed bestuurder omringt zich niet alleen met vleiers en ja-knikkers, maar ook met kritische stemmen, mensen met het hart op de tong, die de moed hebben om rechtuit te spreken. Liefst met een vleugje humor om de boodschap verteerbaar te maken.

Ik wens iedereen zo’n goede moedige nar toe.

Tips

  • Woorden tellen. Denk na over een toepasselijke benaming van historische personages of fenomenen: nar of zot, een wereld van verschil.
  • Durf stereotyperingen van het verleden in vraag te stellen! Leestip: J. Roelens & N. Van Kleij (red.), Middeleeuwse medemensen. De clichés over de donkere middeleeuwen voorbij, Ertsberg, 2024.
  • Bekijk een historisch fenomeen altijd vanuit verschillende perspectieven. Dit helpt om historische processen, personages en verhalen te duiden en te nuanceren.
  • Ad fontes: duik in de bronnen, stel kritische vragen aan deze bronnen en vergelijk verschillende types van bronnen met elkaar.  
  • Beluister de Podcastreeks Het Ministerie van Middeleeuwse Zaken, met aflevering 6 over vrijheid van meningsuiting met de rol van de waarheidsspreker.

Literatuur en bronnen

  • Peter K. Andersson, Fool: in search of Henry VIII's closest man. Princeton University Press, 2023.
  • Bertrand Schnerb, Philippe le Bon: le duc de Bourgogne qui ne voulut pas être roi. Paris, Tallandier, 2024.
  • Elisabeth Antoine-König & Pierre-Yves Le Pogam (eds.), Figures du fou: du Moyen Âge aux Romantiques. Parijs: Louvre, 2024.
  • Archives Departémentales du Nord (ADN), B 1942, 43r°, 44r°; ADN, B 1948, 233v°, 240r-v°; ADN, B 1955, 121v-122r°; ADN, B 1957, 284v°
  • Chronique d’Enguerrand de Monstrelet – Kroniek Georges Chastellain – Kronyk van Jan van Dixmude


Afbeeldingen: Rogier van der Weyden, miniatuur, frontispice uit de Chroniques de Hainaut, 1447. Collectie KBR, publiek domein via Wikimedia Commons. Het Bourgondische hof stond bekend als een politiek wespennest. Misschien was Filips hofnar wel de enige die de hypocrisie aan het hof kon én mocht doorprikken. Filips de Goede ontvangt de kronieken van Henegouwen, aangeboden door Jean Waquelin. / Detail uit: anonieme meester, Jardin d'amour à la cour de Philippe le Bon. Collectie Château de Versailles, publiek domein via Wikimedia Commons / De portrettenverzameling van de Receuil d’Arras met de dwaze ‘zot’ van hertog Filips de Goede. Collectie Bibliothèque Municipale d’Arras. Publiek domein via Wikimedia Commons